Rond de visserij, scheepswerven, touwslagers, mandenvlechters, en de talrijke voorbereidingen rondom de visvangst

Rond de visserij, scheepswerven, touwslagers, mandenvlechters, en de talrijke voorbereidingen rondom de visvangst

 

Besnard

 

In de 19e eeuw bloeide de scheepsbouw. Vier scheepswerven waren geïnstalleerd in Berck. De laatste werf sloot in 1948. De scheepswerven waren niet noodzakelijk gesetteld in loodsen. De bouw gebeurde buiten. Het belangrijkste bouwmateriaal van een vissersboot bestond uit hout die uit de directe omgeving kwam. Eens de bouw van het schip voltooid was, moest het te water gezet worden. Zonder haven zoals in Berck sur Mer was dit een hele bedoening; de boot werd gesleept over dwarsbalken (“brèches”) ingesmeerd met bruine zeep en dit soms over een afstand van 2km. De kleermakers en mandenmakers waren ook belangrijke beroepen: de eersten installeerden zich aan de rand van de stad, op stukken land die lang en smal waren. Nadien bevestigden zich een deel rechtstreeks in de stad. In 1931 verdwenen de mandenvlechters in de dorpen en in 1966 was het definitief afgelopen met dit beroep.

 

 Cordier

 

De viskisten maakten plaats voor het ecologisch rieten mandenvlechtwerk. Heel de voorbereiding van de visvangst was ook een zware dobber. Elk bemanningslid moest zijn klaargemaakte touwen meenemen aan boord. Al die specialiteiten werden verzekerd werden door vrouwen; we hadden de “herstellers” ("reparatrice"of ar’péreuses) van de netten, daarnaast hadden we de "acqueuses" of "hat'cheuses" die de wormen aan de haken zetten die eerder waren opgegraven door de wormenjagers “Verotiers” in de Authiebaai.

 

Pêcheuses